Dat stille weten
De meeste ouders die bij ons (Sprankelatelier) terechtkomen, zeggen hetzelfde. Ik wist dat er iets was. Maar niemand geloofde me. Ze hadden jarenlang een gevoel (een soort stille weet) dat hun kind anders was. Niet slechter. Niet beter. Gewoon anders. En toch konden ze er geen woorden op plakken. Ik ken dat gevoel van binnenuit. Want ik was zelf zo’n ouder.
Mijn oudste zoon huilde als kleuter bijna elke dag op school. Had woedeaanvallen die soms 45 minuten duurden. Sliep nauwelijks. Stelde vragen over het heelal voor hij kon lezen. En iedereen had een andere verklaring: hoogsensitiviteit, aanpassingsproblemen, een moeilijk kind. Tot iemand voorzichtig opperde: zou het hoogbegaafdheid kunnen zijn?
Wat volgde was een lang traject – vol zoeken, niet gehoord worden en uiteindelijk erkenning. In dit artikel deel ik wat ik leerde. Voor ouders die nu staan waar ik toen stond.
lees ook: Het is nu wel erg duidelijk dat mijn kind hoogsensitief is
Wat hoogbegaafdheid NIET is
Laat me beginnen met het grootste misverstand.
Hoogbegaafdheid is niet altijd goede punten halen. Het is ook niet een kind dat alles moeiteloos kan, dat braaf en vrolijk aanpast en nergens last van heeft. En het is zeker geen luxeprobleem.
Heel wat ouders herkennen zich niet in het klassieke beeld van het knappe meisje dat alles kan. Net daardoor stellen ze de vraag niet – of stellen ze hem wel, maar krijgen ze geen gehoor.
Hoogbegaafdheid heeft te maken met een ander tempo van denken, sneller verbanden leggen en… misschien wel het meest opvallend… alles intenser beleven. Emoties, prikkels, gedachten: het komt allemaal harder aan. Niet een beetje harder. Veel harder. Het woord dat ik daarvoor gebruik: intens.
De 5 signalen die het vaakst worden gemist
Dit zijn de signalen die ik het vaakst zie over het hoofd worden gezien – door ouders, leerkrachten en hulpverleners.
1. Je kind is onrustig of dromerig in de klas.
Niet omdat het niet wil luisteren, maar omdat het de stof al kent of de les te traag gaat. Verveling ziet er bij HB-kinderen vaak uit als een concentratieprobleem. Ze dwalen af, kijken uit het raam, friemelen en worden aangesproken op gedrag terwijl het eigenlijk over inhoud gaat.
2. Het heeft moeite met andere kinderen.
Niet omdat het sociaal onhandig is, maar omdat het op een ander niveau communiceert. Mijn zoon speelde als kleuter met slechts één vriendje. Alle anderen brabbelden, zei hij. Hij begreep ze gewoon niet en zij hem ook niet.
3. Het stelt eindeloos vragen.
Vragen over de dood. Over hoe het heelal werkt. Over waarom regels zijn zoals ze zijn. Dat filosoferen voelt voor de omgeving soms lastig of vermoeiend maar het is een actief, nieuwsgierig brein dat prikkels zoekt.
4. Er zijn psychosomatische klachten.
Buikpijn. Keelpijn. Hoofdpijn elke maandagochtend. Dat is geen aanstellen – het is echt ongemak, veroorzaakt door stress en overprikkeling die het kind niet kan benoemen. Bij ons was dit ook zo. Wij hadden lang niet door wat erachter zat.
5. Thuis is alles anders dan op school.
Op school houdt het kind zich in. Het past zich aan, doet wat er gevraagd wordt, overleeft de dag. En thuis ontploft alles: woedebuien, tranen, onrust. Dat contrast is geen gevolg van slecht opvoeden. Het is het gevolg van een dag lang aanpassen aan een omgeving die niet past.
Wat je kunt doen als je het vermoedt
- Eerst: vertrouw op je gevoel. Jij kent je kind het best. Die stille weet die je hebt, die is er niet voor niets. Zoals je in mijn persoonlijk artikel kunt lezen: Vertrouw op je moedergevoel…
- Daarna: documenteer. Schrijf op wat je ziet, wanneer het voorkomt en hoe vaak. Dat helpt enorm in gesprekken met school of hulpverleners, want helaas heb je soms bewijs nodig om gehoord te worden.
- Ga het gesprek aan met de leerkracht, maar niet vanuit klacht. Vraag: wat ziet u bij mijn kind in de klas? Luister. Deel wat jij thuis ziet. Zoek samen naar een verklaring.
- Als je verder wil, is een gesprek met een psycholoog of coach die vertrouwd is met hoogbegaafdheid een goede volgende stap. Zij kunnen het grotere plaatje helpen zien ook zonder meteen te testen.
- Een IQ-test is niet altijd nodig. Maar soms geeft het de erkenning die je als ouder nodig hebt om eindelijk gehoord te worden. Meer over wanneer een test zinvol is, schrijf ik in een later artikel.
lees ook: F* it, Hoogbegaafdheid bestaat!
Ons verhaal: de lange weg naar erkenning
Wij botsten jarenlang op muren. Leerkrachten die zijn gedrag zagen, maar de reden ervan niet begrepen. CLB dat kon helpen met het emotionele luik maar niet met hoogbegaafdheid, want daar bestaat geen officiële leersteun voor. Hulpverleners die praatten over ADHD en medicatie.
Wat uiteindelijk het verschil maakte, was een leerkracht die hem zag. Niet zijn prestaties. Niet zijn gedrag. Hém. Ze gaf hem ruimte, daagde hem uit en communiceerde met empathie. Op dat moment begon hij voorzichtig open te bloeien.
Later volgde de test. De uitslag bevestigde wat we al vermoedden en gaf ons eindelijk concrete handvatten. Het schuldgevoel dat ik als moeder voel, dat ik niet harder gevochten heb, is nog altijd aanwezig. Maar ik weet nu: we deden het met de kennis die we op dat moment hadden.
Je staat er niet alleen voor
Als je dit leest en denkt dit zijn wij, dan weet ik hoe dat voelt. Die mix van herkenning, opluchting en verdriet. Hoogbegaafdheid is geen stempel. Het is een manier van zijn. En als je het herkent en begrijpt, dan kan je je kind zoveel beter begeleiden.
Heb je vragen? Stel ze gerust in de reacties , ik lees ze allemaal. Of kom eens een kijkje nemen bij Sprankelatelier, onze VZW die zich inzet voor meer- en hoogbegaafde kinderen. Wij organiseren zowel voor kinderen, scholen en ouders activiteiten, vormingen en bieden hulp aan. Ook kan je vanaf september weer meedoen aan de externe plusklassen. Inschrijven kan je door een mail te sturen.
XOXO Nathalie




No Comments