Er zijn van die kinderen waarbij je als ouder, leerkracht of therapeut voelt dat er iets speelt. Iets wat je niet meteen kunt benoemen. Het kind wiebelt voortdurend op zijn stoel. Reageert overdreven op een onverwacht geluid. Heeft woedeaanvallen die uit het niets lijken te komen. Slaapt slecht, heeft buikpijn zonder aanwijsbare reden, of raakt volledig in paniek bij een kleine verandering in de dagplanning. Wat doen we dan? We kijken naar het gedrag. We proberen het bij te sturen. We oefenen op wat er mis gaat. Of we stellen een diagnose: ADHD, autisme, faalangst, een gedragsprobleem. En soms klopt dat. Maar soms, vaker dan we denken, kijken we naar de buitenkant terwijl de echte oorzaak veel dieper zit. In het lichaam zelf. Dat is precies waar reflexintegratie over gaat.
Wat is reflexintegratie?
Reflexintegratie is een lichaamsgerichte aanpak waarbij primaire reflexen, die om een of andere reden actief zijn gebleven of opnieuw zijn geactiveerd, alsnog worden geĂŻntegreerd in het zenuwstelsel. Via gerichte bewegingsoefeningen, zachte aanraking en lichaamsgerichte technieken krijgt het lichaam als het ware een tweede kans om een ontwikkelingsstap te zetten die eerder niet goed is verlopen. Om dat te begrijpen, moet je eerst weten wat primaire reflexen zijn.
Wat zijn primaire reflexen?
Primaire reflexen zijn aangeboren, automatische bewegingen. Ze zijn er al voor de geboorte, aangestuurd vanuit de hersenstam: het meest primitieve deel van ons brein, verantwoordelijk voor één ding : overleven. Je kent ze wel: het zuigreflex, het grijpreflex, de schrikreactie. Ze helpen een baby om te overleven in de eerste weken en maanden van het leven.
De meeste van deze reflexen zijn na een jaar overbodig geworden. Het brein slaat ze dan in feite op waarna ze niet meer actief aanwezig zijn. In vaktermen noemen we dit reflexintegratie. Het kind leert dan stap voor stap te reageren vanuit zijn hogere hersenfuncties, in plaats van vanuit die automatische overlevingsstand.
lees ook: Temperamentvol kind? Hoogsensitief? Kortom… leer (je) kinderen kennen…
Wat gebeurt er als reflexen niet integreren?
Wanneer er problemen zijn tijdens de zwangerschap, geboorte of na de geboorte, of wanneer er emotionele stress bij de moeder is tijdens de zwangerschap, kunnen reflexen niet goed in het lichaam integreren en blijven ze actief. Zelfs ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd kunnen ervoor zorgen dat primaire reflexen opnieuw worden geactiveerd. Hoewel een moeilijke zwangerschap, prematuriteit, keizersnede, stress, weinig kruiptijd of medische problemen kunnenmeespelen, zien sommige therapeuten ook reflexen die nog actief zijn bij kinderen waarbij alles “volgens het boekje” verliep.
Als primaire reflexen nog actief zijn, wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de vecht-vluchtstand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Niet vanuit rust, niet vanuit nadenken, maar vanuit pure bescherming. Bij een kind betekent dat: het lijf staat constant op scherp, ook als er geen enkel gevaar is.
Stel je voor hoe uitputtend dat is. Niet alleen voor het kind, maar ook voor iedereen rondom hem.
Actieve reflexen kosten het kind veel energie en kunnen ervoor zorgen dat het blokkeert in zijn denken, voelen en doen. Het kind wil wel anders. Maar het lukt gewoon niet. En dat is cruciaal om te begrijpen: dit is geen onwil. Dit is geen slecht gedrag. Dit is een lichaam dat vastloopt.
Hoe herken je niet-geĂŻntegreerde reflexen?
De signalen zijn heel divers, en dat maakt het ook zo lastig om ze te herkennen. Ongecontroleerde primaire reflexen kunnen problemen geven zoals leer- en concentratieproblemen, verdriet, angsten, paniek of woede-uitbarstingen, slaapproblemen, gespannen nek of schouders, rugklachten, hoofdpijn en buikpijn.
Maar ook subtielere dingen: moeite met fietsen of zwemmen leren, extreme gevoeligheid voor kledingletters of aanraking, schrikachtig zijn, of heel slecht omgaan met veranderingen. Dingen waarvan je als ouder of leerkracht denkt: dit kind is gewoon gevoelig, of druk, of moeilijk. Terwijl het lichaam eigenlijk heel duidelijke signalen geeft.
lees ook: F* it, Hoogbegaafdheid bestaat!
Waarom worden reflexen zo vaak over het hoofd gezien?
In België en Nederland is men nog niet gewend om te denken aan de reflexen wanneer er bij het kind sprake is van concentratiestoornissen, niet-begrepen gedrag, niet-begrepen lichamelijke klachten, motorische ontwikkelingsachterstand, angsten of leerproblematiek.
En dat is jammer. Want precies daar zit het probleem. We kijken naar wat we zien en we behandelen dat. We gaan oefenen op gedrag, op concentratie, op sociale vaardigheden. Soms helpt dat. Maar als de onderliggende oorzaak een niet-geĂŻntegreerde reflex is, blijf je dweilen met de kraan open.
Reflexintegratie en verkeerde diagnoses
Hier wil ik even bij stilstaan, want dit raakt me als leerkracht en als mama enorm.
Het komt vaak voor dat een kind onterecht de diagnose ADHD krijgt, terwijl de primaire reflexen ten grondslag liggen aan de problemen. Omdat bij leer-, gedrags- of concentratieproblemen veelal niet wordt gedacht aan de primaire reflexen, gaat men aan het werk met dat wat er mis gaat. Eindeloos rekensommen geven, het oefenen van het vangen van een bal, of een kind continu aanspreken op zijn ongewenste gedrag. Een kind wil wel anders, maar het lukt dan gewoon niet, met soms frustratie en onmacht tot gevolg.
Ik zeg hiermee niet dat diagnoses als ADHD of autisme niet bestaan of niet kloppen. Absoluut niet. Maar ik zeg wel dat reflexintegratie een stap is die in veel gevallen eerder bekeken zou mogen worden. Dat we het volledige plaatje mogen zien. Dat het lichaam mee mag tellen in de puzzel. Ik ken zelfs hoogbegaafde kinderen waarbij deze reflexintegratie nog niet helemaal juist zit waardoor ze moeilijkheden hebben met lezen en spelling of zo onrustig zijn dat ze het label ADHD krijgen. Dit moet je echter los zien van hoogbegaafdheid.
Velen van hen belanden in het hulpverleningscircuit, omdat hun gedrag niet wordt begrepen of als lastig wordt gezien. Soms krijgen zij een diagnose als ADD, ADHD of autisme. Vaker worden ze gelabeld aan de hand van hun gedrag, zoals brutaal, depressief of angstig. Maar is dat terecht? Die vraag mogen we ons vaker stellen.
lees ook: De vakantie overleven met (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen
Drie boeken die je helpen anders te kijken
Er zijn mensen die dit al jaren bestuderen, toepassen en erover schrijven op een manier die ook voor gewone ouders en leerkrachten toegankelijk is. Carla van Wensen is er zo een. Ze is kindertherapeut en fysiotherapeut, gespecialiseerd in het holistisch werken met kinderen en jongeren, en ze heeft drie boeken geschreven die ik je van harte aanbeveel. Niet als droge vakliteratuur, maar als boeken die je écht anders laten kijken naar het kind voor je.
1. Prachtig lastig — Onbegrepen gedrag en reflexpatronen
Dit is het startpunt. Prachtig lastig gaat over de onlosmakelijke verbinding tussen de ontwikkeling van het kinderbrein en het bewegen. Het beschrijft hoe je aan de manier van bewegen van een kind kunt zien waar het vastloopt, waarom het vastloopt en wat er nodig is om het makkelijker te maken.
Wat dit boek zo waardevol maakt, is dat het je een andere bril geeft. Je leert het gedrag van een kind niet meer zien als lastig of onwillig, maar als een signaal. Het lichaam dat iets probeert te vertellen. Van Wensen legt uit hoe reflexpatronen zich vertalen naar concreet zichtbaar gedrag, in de klas, thuis en op het schoolplein. Herkenbaar voor elke ouder of leerkracht die ooit dacht: wat is er toch met dit kind aan de hand?
Dit boek is bedoeld voor ouders en professionals die zich afvragen wat ze nog meer kunnen doen voor een kind dat blijft vastlopen. Als je dat gevoel kent, is dit je startpunt.
2. Woelig gevoelig — Werken met reflexen bij onbegrepen gedrag
Woelig gevoelig is het vervolg op Prachtig lastig en staat tegelijkertijd op zichzelf. In haar praktijk ziet Van Wensen wiebelkonten, extreme dromers, driftkikkers, moeilijke slapers, kinderen met autisme of absences, en kinderen die zich zo bedreigd voelen dat ze niet eens naar je mogen kijken. Ze hebben een aantal dingen gemeen: ze zitten niet lekker in hun vel, laten dit altijd zien via hun gedrag en lichaamstaal, en hebben vaak al vele onderzoeken en therapieën achter de rug.
Dit boek gaat dieper in op wat er achter dat gedrag schuilgaat. Aan de hand van praktijkvoorbeelden krijgt de lezer een inkijk achter het zichtbare gedrag van het kind, de invloed hierop van beschermende primaire reflexen, en de rol van de omgeving hierin. Van belang is om eerst het lijf te kalmeren. Pas dan ontstaat er ruimte om fysiek en emotioneel te reguleren én te verwerken. Authentiek contact, liefdevolle aanraking en bewegen zijn hiervoor de basis, naast het stellen van de vraag: lief kind, wat heb je nodig?
Die laatste zin vat voor mij de hele essentie samen. Eerst het lijf. Dan de rest.
3. De ik-fabriek
Dit is het meest praktische boek van de drie en tegelijk het meest laagdrempelige. De ik-fabriek geeft kinderen van 8 tot 12 jaar, ouders, leerkrachten, kindercoaches en kindertherapeuten inzicht in de samenhang tussen lijf en hersenen, en biedt handreikingen om de samenwerking daartussen soepeler te laten verlopen.
Waar de andere twee boeken vooral voor volwassenen zijn geschreven, is De ik-fabriek ook direct bruikbaar mĂ©t kinderen. Het maakt abstracte begrippen als “je zenuwstelsel” of “je reflexen” begrijpelijk voor kinderen zelf. En dat is waardevol: een kind dat begrijpt wat er in zijn lijf gebeurt, kan er ook mee aan de slag.
Voor wie is dit allemaal?
Voor ouders die het gevoel hebben dat er iets is, maar niet weten hoe ze het moeten benoemen. Voor leerkrachten die een kind in de klas hebben dat blijft wiebelen, uitvallen of afhaken, en die meer willen dan alleen bijsturen. Voor therapeuten en zorgprofessionals die verder willen kijken dan de diagnose op papier.
Reflexintegratie is geen wondermiddel en geen vervanging van professionele hulp. Maar het is wel een invalshoek die te weinig aandacht krijgt, en die voor veel kinderen en gezinnen een verschil kan maken.
Kinderen vertellen ons altijd iets via hun gedrag en hun lichaam. Ze laten het zien, elke dag opnieuw. Als wij niet weten waar we naar moeten kijken, missen we de boodschap.
Deze boeken leren je kijken. En dat verandert hoe je naar een kind staat.
Bij Sprankelatelier helpen wij kinderen en ouders waarvan een vermoeden of diagnose is van hoogbegaafdheid. Kom zeker eens een kijkje nemen.
XOXO Nathalie




No Comments