Een eerlijk perspectief
De juf zei: hij is een beetje warrig. Ik dacht: nee, hij verveelt zich. Ik ben leerkracht en ouder van HB-kinderen. Ik sta aan beide kanten van de tafel. En ik weet dat beide perspectieven kloppen, en dat ze tegelijk zo ver uit elkaar kunnen liggen. In dit artikel wil ik eerlijk zijn over wat leerkrachten zien, wat ze soms missen, en hoe ouders dat gesprek kunnen overbruggen. Zonder verwijten.
Wat leerkrachten wel zien
Leerkrachten zien het kind in groepsverband. Ze zien wat er in de klas gebeurt, en dat is andere informatie dan wat ouders thuis zien. Vaak passen de kinderen zich aan, zodat ze niet opvallen. Of ze laten sociaal wenselijk gedrag zien. Ze doen maar gewoon mee (of niet en lijken daardoor afwezig of verward…)
Vaak zien leerkrachten:
- Een kind dat niet afmaakt wat het begint.
- Een kind dat onrustig is. Dat wiebelt, friemelt, rondkijkt.
- Een kind dat snel afleidt of anderen stoort. Dat zich bemoeit met wat anderen doen.
- Een kind dat soms sociaal onhandig overkomt: te direct, te dominant in spel.
Al deze dingen zijn zichtbaar. En ze zijn ook reĆ«el. De leerkracht heeft ze niet verzonnen. Jij ziet als ouder gewoon een heel ander kind. Het kan ook zijn dat de leerkrachten zeggen dat ze 24 van zo’n kinderen als die van jou in de klas zouden willen hebben. Thuis zie je echter een monstertje dat ‘s nachts wakker ligt, woede-uitbarstingen heeft en alles saai vindt.
Wat leerkrachten soms missen
Wat dus minder zichtbaar is, is de reden achter het gedrag. Onrust omdat de les te traag gaat. Niet afmaken omdat het al lang klaar is in zijn hoofd. Anderen storen omdat het hem niet kan schelen wat de rest doet, het zoekt prikkels. Leerkrachten zijn opgeleid om te lesgeven aan een gemiddelde klas. HB-kinderen zitten buiten dat gemiddelde. En zonder specifieke kennis over hoogbegaafdheid, die weinig lerarenopleidingen bieden, is het moeilijk om de puzzelstukjes te leggen.
Dat is geen verwijt. Het is een gat in het systeem. Wat wel positief is, is dat vele scholen hierin mooie stappen aan het zetten zijn.
Hoe je als ouder het gesprek aangaat
Wanneer school en ouders openstaan voor elkaar, dan kan er veel gebeuren. Ik probeer op pedagogische studiedagen steeds aan leerkrachten uit te leggen dat je meteen aan tafel moet gaan zitten met de betrokken partijen als men aan de alarmbel trekt, ook al zien ze ander gedrag in de klas.
Ga naar school met vragen, niet met klachten. Dat klinkt simpel, maar het maakt een enorm verschil. Vraag: wat ziet u bij mijn kind in de klas? Luister echt naar het antwoord, ook als het pijn doet. Deel daarna wat jij thuis ziet: de leerhonger, de intensiteit, het contrast. Niet als bewijs dat de leerkracht het fout heeft, maar als aanvulling.
Zoek samen naar de link: kan wat jij thuis ziet, de reden zijn van wat de leerkracht in de klas ziet?
Wat je kunt meegeven
Concrete informatie werkt beter dan een diagnose of een label. Niet mijn kind is hoogbegaafd, dus u moet dit doen, maar mijn kind leert het best als het uitgedaagd wordt, en dit zijn de dingen die thuis werken.
Ik heb een signaleringsformulier gemaakt dat je kunt meenemen naar een gesprek. Het beschrijft concrete gedragingen thuis en op school, en biedt een startpunt voor een eerlijk gesprek.
Voor leerkrachten
Als jij zelf leerkracht bent en dit leest: dank je wel dat je hier bent.cEen leerkracht die een HB-kind echt ziet, kan alles veranderen. Ik heb dat zelf gezien, als ouder en als collega.cJe hoeft geen expert te zijn. Je hoeft alleen nieuwsgierig te zijn naar de reden achter het gedrag.cEn te geloven dat er meer achter zit dan wat je ziet.
Samen als bondgenoot voor je kind
Ouders en leerkrachten zijn geen tegenstanders. Ze zijn bondgenoten voor hetzelfde kind. Dat lukt het best als we allebei bereid zijn om te luisteren. En om te geloven dat de ander ook het beste voor heeft met dit kind. Dat is mijn hoop. Elke keer opnieuw.
XOXO Nathalie




No Comments