Unicorns & Fairytales
Student reading book in class, finished early

Onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen: hoe een pienter kind opgeeft

Overleven, niet presteren

Hij haalde mooie cijfers en deed gewoon mee in de klas. Hij gaf geen problemen, luisterde flink naar de juf en deed wat er van hem verwacht werd. En toch was er iets mis. Vooral thuis kwamen frustraties bovendrijven. Moeite doen? Dat deed hij niet meer. Dat is de stille variant van onderpresteren. En het is de gevaarlijkste, precies omdat niemand hem ziet. Onderpresteren is niet lui zijn. Het is overleven in een omgeving die niet past. Het moeilijke? Dat dit niet opvalt voor de omgeving. Enkel thuis kan je eventueel signalen zien.

Hoe onderpresteren ontstaat

Het begint klein. Je kind is enthousiast over alles en is een pientere peuter, kleuter en eindelijk mag hij naar het eerste leerjaar. Vol verwachtingen… Maar dan valt het eigenlijk tegen want je kind leert snel, ontzettend snel. En de leerstof gaat traag… heel traag. Een kind dat de stof al kent, wacht. Dag na dag. Je kind houdt zich bezig. Nog een extra tekening of een boekje lezen… of de zoveelste smartgame.

In het begin zoekt het nog naar uitdaging: vraagt meer, maakt extra oefeningen, helpt anderen. Maar als er geen antwoord op komt, past het zich aan. Je kind stopt met vragen stellen. Hij stopt met opvallen en leert de minimale inspanning te leveren die nodig is om door te gaan. Eigenlijk overleeft hij.

Intussen sluipt er iets anders binnen: faalangst. Want dit kind heeft jarenlang niets hoeven doen. Het heeft nooit geleerd om te falen, en dus ook nooit geleerd hoe je opstaat na een val. Wanneer het later wel moet werken voor iets, weet het niet hoe. En dat voelt als bewijs dat het toch niet zo slim is als iedereen dacht. Dat is het moment waarop kinderen opgeven.

De signalen die ouders en leerkrachten missen

  • Goede punten zonder inzet. Het lijkt succesvol, maar er zit geen leerproces achter.
  • Vermijdingsgedrag. Het kind maakt huiswerk niet af, vergeet boeken, wil niet naar school. Niet omdat het niet wil, maar omdat het weet dat het geen uitdaging biedt.
  • Thuis een compleet andere persoon. Leergierig, vol vragen, bouwt dingen, legt alles uit. Op school: onzichtbaar.
  • Perfectionisme of juist het omgekeerde. Het kind wil alleen iets doen als het zeker weet dat het goed gaat, of het doet helemaal niets meer, om maar niet te falen.
  • Uitspraken als ik ben toch niet slim of dat kan ik toch niet. Terwijl jij weet dat dat niet klopt.
  • Uitbarstingen thuis en elders het ‘perfect opgevoede kind’

Wat school kan doen

  • Allereerst luisteren naar de ouders… Als je op school een ander kind ziet als thuis en het is zorgwekkend, dan moet je samenzitten.
  • Vraag als ouder expliciet naar differentiatie: compacten en verrijken. Dat betekent stof die het kind al kent inkorten, en ruimte geven voor diepgang of uitdaging elders. Niet méér leerstof, maar andere leerstof en aangepast huiswerk!
  • Vraag of er een plan gemaakt kan worden, niet voor elk vak, maar voor de vakken waar het kind het duidelijkst afhaakt.
  • Neem contact op met het CLB als school niet beweegt. Zij kunnen mee aan tafel zitten.
  • Wees mild voor de leerkracht. Differentiëren in een klas van 25 is moeilijk. Samenwerken werkt beter dan tegenwerken.

Wat thuis helpt

  • Herstel de leerhonger. Geef je kind thuis de kans om te leren wat het wil: boeken, documentaires, projecten. Hou die nieuwsgierigheid in leven.
  • Praat over falen als iets normaals. Ik heb vandaag iets geprobeerd en het lukte niet. Morgen opnieuw. Dat klinkt simpel, maar voor een kind dat nooit heeft leren falen, is dit goud waard.
  • Werk aan executieve functies. Plannen, organiseren, doorzetten. Dit zijn vaardigheden die HB-kinderen vaak missen omdat ze ze nooit nodig hadden. Ze zijn te leren.
  • Zoek een bondgenoot op school. Een leerkracht die je kind ziet, kan alles veranderen. Investeer in die relatie.

Ons verhaal

Het jaar (of de jaren beter gezegd) dat mijn zoon opgaf, was het moeilijkste jaar van ons als gezin. Hij haalde goede punten. Deed wat er gevraagd werd. En thuis was er elke dag een woedeaanval. Elke dag! In tegenstelling tot onze jongste zoon, durfde hij niet tegen leerkrachten in te gaan. Onze jongste zoon gaf wél aan dat hij alles saai vond.

Achteraf begrijp ik wel waarom. Hij was moe. Moe van aanpassen, van wachten, van niet gezien worden. Die energie moest ergens naartoe. Het keerpunt was een leerkracht die hem zag. Die hem uitdaagde. Die geloofde dat er meer in hem zat. Een persoon. Dat is soms alles wat het verschil maakt.

Herken je dit?

Als dit herkenbaar is, voor jouw kind of voor een leerling in je klas, stuur me dan een berichtje. Ik hoor graag jouw verhaal.

En als je niet weet hoe je het gesprek met school aanpakt: ik help je graag. Plan een gesprek via mail of via onze website van Sprankelatelier. Of volg ons via Instagram

XOXO Nathalie

You Might Also Like...

No Comments

    Leave a Reply